Sibierski: "Ik wil dominant voetbal en onberispelijke mentaliteit"
WOENSDAG, 6 MEI 2026, 21:22 - Garrincha
INTERVIEWS Antoine Sibierski sprak vanmiddag voor het eerst met de pers in zijn hoedanigheid als sportief directeur van Anderlecht. "Mijn ambities matchen volledig met die van de club", aldus de 51-jarige Fransman. Over de huidige coach en spelerskern wilde hij nog geen uitspraken doen.
Sibierski vertelde aan de pers waar hij met Anderlecht naartoe wil. "We willen dominant voetbal brengen, zowel aan de bal als zonder de bal", aldus Sibierski. "Ik wil dat al onze ploegen met onberispelijke mentaliteit spelen, met waarden zoals structuur, discipline en werkethiek. En ik wil jeugdspelers zien doorstromen naar de eerste ploeg."
Lees verder onder de advertentie
Lees verder De aanwezige pers vroeg Sibierski ook naar zijn mening over huidig coach Jérémy Taravel en de spelersgroep. "Momenteel ben ik nog aan het observeren. Het zou ongepast, en gewoonweg verkeerd, zijn om nu al conclusies te trekken", aldus Sibierski. Hij vertelde dat de club nog enkele belangrijke wedstrijden wacht. Hij wil vooral geen onrust creëren in deze periode. "Dit wordt een belangrijke periode voor de club. We focussen ons dan ook vooral op de komende matchen.”
Van Himst ontmoeten
Op zijn persbabbel liet Sibierski zien dat hij zijn geschiedenis kent. Hij vertelde hoe hij als jonge kerel, die opgroeide in de buurt van Rijsel, vaak naar Anderlecht keek op RTBF. "Als jongen van vijf, zes jaar keek ik in zwart-wit naar Europese matchen van Anderlecht.
"Voor mij is Anderlecht altijd dé club in België geweest. Spelers die dan meteen in me opkomen zijn Scifo, Vercauteren, Albert, Degryse, Nilis. En natuurlijk Paul Van Himst, die van de generatie is van mijn vader. Gisteren, op mijn eerste dag, heb ik gevraagd om Van Himst te kunnen ontmoeten want hij is de verpersoonlijking van wat RSC Anderlecht is."
Sibierski vindt het belangrijk dat de huidige generatie spelers en coach beseft welk een roemrijk verleden deze club heeft. "Het is de verantwoordelijkheid van iedereen binnen de club om ervoor te zorgen dat die geschiedenis niet verloren gaat. Bestuursleden, staf, spelers - we zijn tenslotte maar passanten bij de club. Maar laten we er vooral een mooie passage van maken.”