End of an era
Phóenix semper pérvivet

Ruiter, Jan Stats

Jan Ruiter verdedigde de kleuren van Sporting Anderlecht gedurende zes seizoenen (1971 - 1977). Hij behaalde met paarswit twee Belgische titels ('72 & '74), won vier keer de Beker van België ('72, '73, '75 & '76) en één keer de Europese Beker voor Bekerwinnaars ('76) en de Europese Supercup ('76).

Jan werd op 24 november 1946 geboren in het Noord-Nederlandse Enkhuizen. Als kleine jongen werkte hij bij de begraafplaats van zijn geboortedorp dagelijks aan zijn voetbaltoekomst. Zo schoot hij de bal keihard tegen de muur bij de ingang van het kerkhof en ving de terugkomende bal op. Ook gooide hij zelf de bal tussen zijn benen door en dook dan achterwaarts om de bal net voor de denkbeeldige doellijn te pakken. Jan Ruiter: "Duizenden keren heb ik dat geoefend." Hij begon zijn carrière op 10-jarige leeftijd bij het plaatselijke Dindua V.V. en verhuisde vervolgens op zeventienjarige leeftijd naar F.C. Volendam. Hij was er de eerste 'buitenlander'. Jan: "Ik heb er een heel zware periode meegemaakt. Men liet me er links liggen. Op een bepaald moment wilde ik zelfs stoppen met voetballen, maar mijn vader weerhield me daarvan. Alles wat hij deed moest tot in de perfectie zijn. Dat heb ik van hem." Jan ging dus door en kwam uiteindelijk in het eerste elftal van Volendam, speelde zich meteen in de kijker en werd zelfs geselecteerd voor de nationale beloftenploeg van Nederland.

In 1971 werd hij, op vraag van Georg Kessler, door Anderlecht overgenomen voor een bedrag van 650.000 gulden. Hij maakte deel uit van de gouden generatie die onder Hans Croon en Raymond Goethals Europa veroverde. In 1976 debuteerde hij, na een vijftal keer geselecteerd te zijn, in de Nederlandse nationale ploeg tegen IJsland "We wonnen met 0-1." Jan leverde een goede prestatie, maar werd desondanks nooit meer geselecteerd. "Ik maakte er toen geen punt van," aldus Jan. Pas veel later las hij in de Nederlandse tegenhanger van Sport- / Voetbalmagazine Voetbal International de ware reden. "Twee Nederlandse journalisten hadden tijdens een interview met toenmalig Nederlands bondscoach Zwartkruis naar de reden voor mijn niet-selectie gevraagd. Het bleek dat Zwartkruis mij niet meer mocht selecteren, op bevel van Constant Vanden Stock en Raymond Goethals. Deed hij dat wel, dan zouden Arie Haan en Robbie Rensenbrink niet meer vrijgegeven worden. Goethals heeft mijn interlandcarrière dus om zeep geholpen." Aan de grondslag lag een interview in Voetbal International begin 1977 waarin Jan Goethals bekritiseerd had en waarvan hij geen woord wilde terugnemen.

Jan: "Drie jaar, onder Kessler en Croon, was er geen vuiltje aan de lucht. Onder Goethals gingen de poppen echter aan het dansen. Die man kon met mij niet over de baan. Hij trachtte me constant de grond in te boren; je kunt dit niet en je kan dat niet, nooit iets positiefs. Na een wedstrijd op Beerschot, waar de hele ploeg een offday gekend had, liet hij me links liggen op training en besteedde al zijn energie aan Jacky Munaron. De dag voor de volgende wedstrijd, een bekermatch op Olympic, moest ik bij hem komen. Ik voelde al nattigheid en zei 'ik speel niet zeker. Akkoord, ik was slecht dit weekend. Maar dan speelt Rensenbrink ook niet zeker, want die heeft ook geen papieren zak geschopt zaterdag?' Ik ben voor die wedstrijd uiteindelijk niet komen opdagen. Ik werd dan tijdelijk geschorst, maar kwam opnieuw snel in de ploeg. Nu had ik het natuurlijk helemaal verkorven bij Goethals en waarschijnlijk had ik ongelijk toen ik een paar weken nadien mijn hart luchtte in een interview met Voetbal International. Ik werd bij Goethals en de Anderlechtse Raad geroepen, maar wilde niet de hypocriet uithangen en nam geen woord van wat ik in het interview gezegd had terug. Opnieuw werd ik geschorst, maar kwam even snel terug in de ploeg. Goethals bood me zelfs een contractverlenging en -verbetering aan. We maakten verschillende afspraken die hij echter niet nakwam... Dit resulteerde uiteindelijk in een fikse ruzie tijdens een toernooi in Parijs in juni. Daarop heb ik besloten het Astridpark te verlaten."

Ruiter verkaste in de zomer van 1977 naar de buren van RWD Molenbeek en maakte er, na enkele jaren in de subtop, de sportieve en financiële neergang mee. Na wat najaren in Antwerpen - Beerschot ('84) en Antwerp ('85) - stapte Jan opnieuw de bouwsector in en maakte zijn debuut als trainer bij Ternat en Lembeek, waarmee hij zijn eerste titel als trainer vierde. Even trainer hij tweedeklasser Berchem Sport en was hij hulptrainer bij o.a. KV Kortrijk en Eendracht Aalst. In 1990 keerde hij uiteindelijk terug naar Nederland, waar hij nu nog steeds als timmerman werkt. "Aan discussies over voetbal die ik vandaag de dag liever niet meer mee. Ik heb liever niet dat collega's vertellen dat ik ex-doelman van Anderlecht en Oranje ben. Zoals twee jaar geleden, toen een collega zei dat ik nog bij Anderlecht had gespeeld. Zegt een snuiter van een jaar of 20 met een laatdunkend toontje dat ik dan wel zijn vader moet gekend hebben want die speelde bij Real Madrid. Er is weinig respect tegenwoordig."

Jan haalt zijn mooiste herinneringen boven. In maart 1975 stopte hij tijdens de benefietwedstrijd van Paul Van Himst (Anderlecht tegen een wereldselectie) twee strafschoppen: één van Pele en één van Eusebio. "Bij een 4-1 stand kwam Van Himst me vragen om er een paar door te laten, maar zo stak ik niet in elkaar. We wonnen uiteindelijk met 8-3. Andere mooie herinneringen zijn het eindsignaal van de finale van de Europese Beker voor Bekerwinnaars in mei 1976 op de Heizel en de nationale bekerfinales op de Heizel die ook altijd fantastisch waren." Over de huidige generatie voetballer zegt hij: "Je ziet spelers die in een wedstrijd drie keer scoren en dan naast hun schoenen beginnen te lopen. Als je tien jaar aan de top hebt gestaan, dan mag je pas zeggen dat je echt iets hebt bereikt in het voetbal. Bij de doelmannen mis ik tegenwoordig de echte puntenpakkers, doelmannen die echt voor spektakel zorgen. Hoeveel doelpunten vallen er niet binnen de zes-meter-lijn? Daar moet je als doelman heersen..." De voorzitter van de Nederlandse eredivisieclub AZ, Dick Scheringa, maakte ooit eens de opmerking dat profvoetballers maar eens een paar dagen achter de vuilniswagen moeten gaan lopen. "Sommige voetballers presteren inderdaad te weinig naar wat ze verdienen. Ik heb in mijn tijd ook leuk verdiend, maar had ook alles voor mijn sport over. Ik wou gras onder me hebben en voor volle stadions spelen. Nu heeft de commerce de bovenhand. Daarom pleit ik voor een basissalaris met premiestelsel. Dat zou het voetbal alleszins al wat beter en gezonder maken..."